KoeData: inzicht in diergezondheid

KoeData geeft elk kwartaal op basis van objectieve data ​inzicht in de diergezondheid op het melkveebedrijf en daarmee in het risico dat er attentiekoeien aanwezig kunnen zijn. Dit is gebaseerd op de EU-hygiëneverordening 853 die bepaalt dat de melkveehouder verantwoordelijk is voor het leveren van melk van gezonde koeien.

Elk kwartaal wordt de ontwikkeling van elf aspecten aan de hand van kengetallen getoetst die bepalend zijn voor de diergezondheid. De data van melkveebedrijven worden automatisch verzameld uit gecertificeerde bronnen van verschillende instanties in Nederland. Vervolgens worden kengetallen per bedrijf uitgerekend en vergeleken met landelijke gemiddelden. Zo krijgt elke veehouder op basis van objectieve gegevens inzicht in de ontwikkeling van de diergezondheid op zijn/haar bedrijf. Daarmee kunnen, indien nodig, tijdig oorzaken van verslechtering van de diergezondheid worden opgespoord en maatregelen ter verbetering worden genomen. De elf kengetallen leiden volgens een bepaalde formule tot een puntentotaal; de KoeData-score en een diergezondheidsstatus A, B of C.

Monitoring van elf aspecten

De aspecten waarop de diergezondheid wordt beoordeeld zijn: rundersterfte, kalversterfte, nieuwe uierinfecties, tankmelkcelgetal, daling BSK, gesloten bedrijfsvoering, leptospirose, BVD, IBR, paratbc en salmonella.

Per 1 januari 2020 zijn in KoeData onderstaande kengetallen, normen en punten van toepassing. Ook is vermeld van welke organisatie de data afkomstig zijn.

KoeData kengetallen

(1) Het eerste dode rund per 12 maanden (rollend) telt niet mee in de berekening van de KoeData-score.
(2) Kan ook op basis van leverantiepatroon.

Status diergezondheid

De KoeData-score van het melkveebedrijf resulteert in een diergezondheidsstatus A, B of C.

Status A

Behaalt een melkveebedrijf 70 punten of meer (het gemiddelde van de laatste vier kwartalen) dan krijgt het status A: de veestapel is gezond. Op een status A melkveebedrijf vindt eenmaal per jaar een fysieke controle plaats: KoeAlert. Deze wordt uitgevoerd door een daarvoor gekwalificeerde dierenarts. Daarnaast wordt éénmaal per jaar een KoeKompas opgesteld waarvan een verslag wordt gemaakt door een hiervoor opgeleide dierenarts. Het verslag kan invulling geven aan het wettelijk vereiste bedrijfsgezondheidsplan.

Status B

Behaalt een melkveebedrijf 60 t/m 69 punten (het gemiddelde van de laatste vier kwartalen) of minder dan 50 punten in het laatste kwartaal dan krijgt het status B: er zijn aanwijzingen dat de diergezondheid extra aandacht nodig heeft. Mogelijk is er verhoogd risico op attentiekoeien. Naast de jaarlijkse KoeAlert en KoeKompas, zoals bij score A, adviseert de zuivelonderneming de veehouder bij een status B de dierenarts te raadplegen om de diergezondheid samen te beoordelenen zo nodig bij te sturen.

Status C

Behaalt een melkveebedrijf minder dan 60 punten (het gemiddelde van de laatste vier kwartalen) dan krijgt het status C: de diergezondheid is onder de maat en moet worden verbeterd. Er is een verhoogd risico op de aanwezigheid van attentiekoeien. Naast de jaarlijkse KoeAlert en KoeKompas, zoals bij score A, vindt op een status C bedrijf een extra KoeAlert-controle plaats vanwege de verhoogde kans op de aanwezigheid van attentiekoeien. Daarnaast verplicht de zuivelonderneming de melkveehouder een signaalgestuurd bedrijfsbezoek te laten uitvoeren. Dat betekent dat de één-op-één dierenarts (of de vervangende geborgde rundveedierenarts) de diergezondheid op het melkveebedrijf beoordeelt. De laatst uitgevoerde KoeKompas wordt geëvalueerd en zo nodig aangevuld met aanbevelingen om de diergezondheid te verbeteren (formulier Signaalgestuurd Bedrijfsbezoek). Bij viermaal een status C wordt het melkveebedrijf een zogenoemd aandachtsbedrijf en wordt een plan van aanpak opgesteld door de één-op-één dierenarts en de zuivelonderneming.

 

Status diergezondheid