KoeAlert: borging leveren melk van gezonde koeien

De melkveehouder is op basis van de EU-hygiëneverordening 853 verantwoordelijk voor het leveren van melk van gezonde koeien. Om te aan te tonen dat de melkveehouder over de kennis beschikt om attentiekoeien te herkennen en de melk van deze koeien uit te houden, is KoeAlert ontwikkeld.

De EU-controleverordening 854, die per 14 december 2019 overgaat in de Officiële Controle Verordening OCR 2017/625, schrijft voor dat een erkende dierenarts dieren en melkveebedrijven controleert op het voldoen aan de eisen van EU-hygiëneverordening 853. Daarvoor beoordeelt de KoeAlert-dierenarts minimaal 1x per jaar of de melkveehouder attentiekoeien daadwerkelijk herkent en de melk van deze koeien aantoonbaar uithoudt. KoeAlert is de officiële controle op het naleven van het leveren van melk van gezonde dieren.

Op gestructureerde wijze geeft KoeAlert inzicht in het herkennen van attentiekoeien. KoeAlert borgt dat melk van attentiekoeien niet wordt geleverd aan en niet wordt verwerkt door een levensmiddelenbedrijf. Melk moet afkomstig zijn van een koe die geen symptomen vertoont van een besmettelijke ziekte die via melk op de mens kan worden overgebracht; in een goede algemene gezondheidstoestand verkeert, geen ziekteverschijnselen vertoont die zou kunnen resulteren in besmetting van de melk (van binnenuit de koe of van buitenaf) en niet lijdt aan aandoeningen van de voortplantingsorganen waarbij afscheiding plaatsvindt, aan darmontsteking waarbij diarree en koorts optreden of aan een zichtbare uierontsteking; en waarvan de wachttijd van toegediende medicijnen nog niet is verstreken.

Het schema ‘Herkennen van attentiekoeien’ is een hulpmiddel om te bepalen of een koe een attentiekoe is of niet en dus of de melk wel of niet geleverd en verwerkt mag worden volgens de EU-hygiëneverordening 853. Dit geeft de veehouder en eventuele andere melkers handvatten voor een gestructureerde wijze van herkennen en omgaan met attentiekoeien.

De dierenarts beoordeelt of de melkveehouder attentiekoeien daadwerkelijk herkent en de melk van deze koeien aantoonbaar uithoudt. De dierenarts voert hiermee een officiële wettelijke controle uit. De EU-controleverordening854, die per 14 december 2019 overgaat in de Officiële Controle Verordening OCR, schrijft voor dat een erkende dierenarts dieren en melkveebedrijven controleert op het voldoen aan de eisen van EU-hygiëneverordening 853. Dit betekent dat een dierenarts minimaal eenmaal per jaar een melkveebedrijf komt beoordelen op het herkennen van attentiekoeien en dat de melk van attentiekoeien niet wordt geleverd.

Bij een KoeAlert-beoordeling door de dierenarts gaat het om het proces van herkennen van attentiekoeien én uithouden van melk van deze koeien. De dierenarts doet een waarneming maar vormt geen oordeel en neemt geen besluiten. De dierenarts gebruikt hiervoor het document Beoordeling KoeAlert. De dierenarts gaat na of de melkveehouder het herkennen en uithouden van melk in zijn bedrijfsproces heeft opgenomen. Is een bedrijfsregistratie aanwezig waaruit blijkt welke dieren attentiekoeien zijn, zijn deze dieren vervolgens gemarkeerd (fysiek middels bijvoorbeeld pootbanden/krijt of in melkrobot zichtbaar) en wordt de melk van deze dieren uitgehouden (separatiemogelijkheden).

Beoordeling op drie aspecten

Per 1 januari 2020 worden alle aan KoeMonitor deelnemende melkveebedrijven tenminste éénmaal per jaar beoordeeld op drie aspecten:

  1. het herkennen van alle aanwezige attentiekoeien;
  2. het aantoonbaar uithouden van de melk van deze koeien.
  3. Ook wordt bekeken of de diergezondheidssituatie op het melkveebedrijf aanleiding is voor een signaalgestuurd bedrijfsbezoek.

Het herkennen van de aanwezige attentiekoeien en het uithouden van de melk moet plaatsvinden volgens de voorschriften van KoeAlert. De beoordeling moet worden uitgevoerd door een daarvoor gekwalificeerde dierenarts. Dat kan de eigen geborgde één-op-één dierenarts zijn. Indien het aantal aanwezige attentiekoeien volgens het rekenmodel(volgens huidig PBB) te hoog is, is extra aandacht voor de diergezondheid nodig en moet er een signaalgestuurd bedrijfsbezoek plaatsvinden door de één-op-één dierenarts of de vervangende geborgde rundveedierenarts. De zuivelonderneming informeert de melkveehouder hierover.